Welke naam geef je eraan?

Als ervaringsdeskundige krijg ik vaak de vraag welke termen er het best gebruikt kunnen worden als het gaat over het onderwerp inclusie. Sommige mensen geven immers de voorkeur aan het woord ‘handicap’, terwijl anderen het liever een ‘beperking’ noemen. Wanneer we het gaan hebben over de inclusieve arbeidsmarkt wordt het nog ingewikkelder, want hoe noem je deze groep collega’s. Gaat het over collega’s uit de banenafspraak(voortvloeiend uit de wet) of kies je toch voor een naam die meteen duidelijk maakt om welke groep het gaat? Dan zou het misschien passender zijn om het te hebben over collega’s met een arbeidsbeperking.

Buiten deze opties zijn er nog meer mogelijkheden. Zo wordt in het onderwijs de laatste jaren steeds vaker gesproken over leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Vroeger had men het ook wel over ‘invalide’. Er is geen goed of fout, maar het is wel goed om er over na te denken en een weloverwogen keuze te maken als je een term gaat hanteren. In dit blog heb ik het alleen over de keuze tussen ‘handicap’ en ‘beperking’, omdat deze termen op diverse plekken in de maatschappij het meest worden gehanteerd.

Kijkend naar de oorsprong van het woord ‘handicap’ zie je dat het best een positieve lading heeft. Het woord komt namelijk af van een eeuwenoud wedspel uit Engeland en dat fenomeen werd later doorontwikkeld naar andere sporten. Hierbij kreeg de zwakkere deelnemer een voorsprong/voordeel, zodat het een eerlijke strijd zou zijn. Dit principe past goed in de inclusieve samenleving. Iedereen op zo’n manier ondersteunen dat ze op alle levensterreinen gelijkwaardig zijn.

Het woord ‘beperking’ heeft in dat opzicht een negatievere lading, want het geeft letterlijk aan dat je begrensd wordt. Dat stuit veel mensen tegen de borst. Zij geven aan zich niet te willen laten beperken. Dat standpunt kan ik heel goed begrijpen en voor wie mij kent en/of mijn eerdere blogs heeft gelezen, weet ook dat ik mij zeker niet laat begrenzen. Elke uitdaging ga ik aan en ik vind altijd wel een manier om mijn doel te bereiken.

Foto genomen door Jiska Ogier

Als je dit leest, zou je denken dat ik een voorkeur heb voor het woord ‘handicap’, omdat dat objectief gezien een positievere lading heeft. Toch hanteer ik liever de term ‘beperking’, omdat dat in mijn hoofd lichter klinkt dan het woord ‘handicap’. Bij ‘handicap’ komt al snel naar boven ‘je bent handicapt’. Daar zit voor mij de echte weerstand. Ik heb een beperking, maar ik ben niet mijn beperking. Als we het in Nederland gaan hebben over ‘de beperkten’ zou ik daar een net zo’n grote weerstand tegen hebben. Gelukkig wordt ‘beperkte’ in Nederland nooit gebruikt als we het hebben over een persoon en dat maakt dat je die associatie niet hebt. Daarnaast is in mijn jeugd altijd de term ‘beperking’ gehanteerd als het over mijn Cerebrale Parese ging. Dat werd nooit als een ‘probleem’ gezien en ik werd niet behandeld alsof ik zielig was. Deze combinatie maakt dus dat ik een voorkeur heb voor het woord ‘beperking’.

Bij het praten over de inclusieve arbeidsmarkt hanteer ik vaak de term ‘arbeidsbeperking’. Simpelweg omdat het aansluit bij de term ‘beperking’. Binnen Rijkswaterstaat hebben we het ook vaak over collega’s uit de banenafspraak. Daar heb ik ook geen problemen mee, maar om misverstanden te voorkomen, hanteer ik liever ‘arbeidsbeperking’.

Er zijn dus verschillende opties en er is geen goed of fout. Ook niet als je het aan mij vraagt. Wat ik veel belangrijker vind, is de intentie die er achter zit. Het gaat mij er meer om dat de samenleving iedereen en dus ook mensen met een beperking ziet als individuen met kwaliteiten die volwaardig meedoen. Deze mensen hebben toevallig een beperking, maar zijn niet de beperking. Zolang ik weet dat er op die manier wordt gekeken en we met z’n allen gaan voor een inclusieve samenleving, is het voor mij goed.