Al vroeg kennisgemaakt met de harde maatschappij

29 December 2021 2 By Cynthia van der Winden

Zo aan het einde van het jaar kijk ik toch altijd een beetje terug op mijn leven. Inmiddels ben ik al vijf jaar aan het werk, maar het grootste deel van mijn leven was ik leerling en student. Het is dan ook niet gek dat mijn gedachten vaak teruggaan naar die tijd. Heel mijn schooltijd zat ik op regulier onderwijs en dat is eigenlijk best bijzonder voor iemand met een lichamelijke beperking. Helemaal voor de jaren negentig, want toen was er nog niet zoveel aandacht voor inclusie. Nu ik terugkijk, ben ik blij dat ik de mogelijkheid heb gehad om naar regulier onderwijs te gaan. Toch is het niet altijd makkelijk geweest en kwam ik al snel in aanraking met de harde maatschappij. In dit blog neem ik jullie mee in mijn ervaringen uit mijn schooltijd en vertel ik ook hoe ik daar nu tegenaan kijk.

Foto: Jiska Ogier

Mijn ouders hebben mij vanaf groep 1 naar de plaatselijke basisschool laten gaan. De school vond het na twee geslaagde kleuterjaren best spannend om mij door te laten stromen naar groep 3, maar dat ging uiteindelijk zonder problemen. Met wat aanpassingen kon ik goed meekomen met mijn klas. In de hogere groepen, op de middelbare school en op het hoger onderwijs verliep dat eigenlijk precies hetzelfde. De aanpassingen zorgden ervoor dat ik een schooldag goed kon volhouden en het tempo van de klas bij kon benen. Zo had ik vanaf groep 3 een laptop, omdat schrijven lastig was. Verder was er een ambulant begeleider vanuit de mytylschool die met mij en de school meedacht op het moment dat dingen toch niet helemaal lekker liepen. Daarnaast had ik de sleutel van de lift, een extra kluisje, een dubbel boekenpakket en mocht ik mijn aangepaste fiets bij die van de docenten stallen.

Meekomen met de klas ging zonder problemen en mijn diploma’s heb ik dan ook kunnen halen. Waar komt het dan vandaan dat ik zeg dat regulier onderwijs mij snel liet kennismaken met de harde maatschappij? Dat had alles met mijn klasgenoten te maken. In de hogere klassen van de basisschool, maar zeker op de middelbare school had ik weinig aansluiting met de rest van mijn klas. Los van drie goede vriendinnen, waar ik nog steeds contact mee heb, was er niemand waar ik echt leuk contact mee had. Doordat mijn vriendinnen havo gingen doen en ik vwo, was ik in de bovenbouw vrij eenzaam. Ik paste niet in het plaatje van ‘normaal’ en ‘snel’, dus ik viel buiten de boot. Niet dat ik gepest werd, maar ik werd genegeerd en dat is misschien nog veel erger. Het ging zelfs zo ver dat twee klasgenoten gingen huilen toen ik bij hen in het groepje werd geplaatst voor een opdracht in vwo 5. Dat soort momenten zullen mij helaas altijd bijblijven.

Hoewel het misschien niet altijd makkelijk is geweest, ben ik toch blij dat ik regulier onderwijs heb gevolgd. Daardoor heb ik namelijk veel kansen gehad om mij te ontwikkelen en participeer ik nu volop in de maatschappij. Als ik op speciaal onderwijs had gezeten, was de weg om hier te komen waarschijnlijk langer geweest. Daarnaast is het ook een voordeel dat ik er al vroeg achter kwam hoe hard de maatschappij kan zijn. Nu weet ik hoe ik mij daartegen moet wapenen en heb ik geleerd om voor mezelf op te komen. Dat maakt het leven voor mijn gevoel nu een stukje makkelijker.

Wat ik overigens met dit blog niet wil zeggen, is dat regulier onderwijs voor iedereen beter is en meer kansen geeft. Voor mij heeft deze weg goed uitgepakt, maar dat kan voor iedereen anders zijn. Het is het belangrijkst om naar de behoefte en mogelijkheden van ieder kind te kijken en dan te kijken welk soort onderwijs daar het beste bij aansluit. Maatwerk is hierbij de sleutel tot succes.

Als ik kijk naar inclusie, is er binnen schoolklassen nog veel te winnen. Natuurlijk blijft een kind een kind en kun je die niet verplichten om vriendjes te worden met iemand, maar er zijn best mogelijkheden. Zo zou er binnen het onderwijs meer aandacht moeten komen voor inclusie. Het zou een stuk helpen als kinderen van jongs af aan leren de voordelen van diversiteit te zien en te denken in mogelijkheden. Dan wordt het ook makkelijker om op latere leeftijd inclusief te denken. Op die manier wordt dus de hele maatschappij geholpen.