Mooie make-up

Gewoon een boodschap doen. Voor iedereen de normaalste zaak van de wereld en ook voor mij. Oké, ik gebruik mijn driewielfiets om er te komen, maar verder wijkt het uitvoeren van deze dagelijkse taak voor mij niet af van hoe mensen zonder zichtbare beperking deze taak uitvoeren. Toch gebeurt het veel te vaak dat ik door anderen eraan wordt herinnerd dat ik ‘anders’ ben. Vaak slaan mensen een kinderachtige toon tegen mij aan. Dit weekend in de supermarkt gebeurde er wat anders: ik sta rustig bij de kassa op mijn beurt te wachten als een vrouw mij op mijn schouder tikt. Ze zegt: ‘wat heb je je ogen mooi opgemaakt. Dat moet je vaker doen’.

Natuurlijk is het bedoeld als een compliment en daar heb ik haar ook vriendelijk voor bedankt. Toch gaf de manier waarop het werd gezegd mij een vreemd gevoel. Alsof het knap is dat ik voor mezelf zorg. Op zulke momenten heb ik het gevoel dat mensen stijl achterover slaan als ik vertel dat ik gestudeerd heb, een baan heb bij Rijkswaterstaat en bijna ga trouwen. En dat is geen fijn gevoel. Het geeft het gevoel dat ik steeds weer moet bewijzen wat ik waard ben. Dat ik altijd een extra stap moet zetten voordat ik als een gelijkwaardige gesprekspartner wordt gezien.

Als ervaringsprofessional wil ik mensen bewust maken van het effect van hun benadering van mensen met een zichtbare beperking. Wat ik vaak zie en merk, is dat de manier waarop dingen gezegd worden het verschil kunnen maken.

Mijn advies: pas je manier van benaderen niet aan op moment dat je iemand met een zichtbare beperking tegenkomt. Een andere manier is in de meeste gevallen niet nodig. En mocht het toch wel nodig zijn? Dan merk je dat vanzelf en kun je je benadering altijd nog aanpassen.